Vergoedingsrecht bij scheiding: eigen geld terugkrijgen?

Publicatiedatum: 10 augustus 2026

Jij betaalde de verbouwing uit eigen spaargeld. Of jij loste jaren lang extra af op de hypotheek met geld dat je van je ouders had gekregen? Nu gaan jullie scheiden en dreigt dat geld gewoon in de pot te verdwijnen? Dat hoeft niet. De wet geeft je het recht om dat geld terug te krijgen. Dat recht heet het vergoedingsrecht.

In dit artikel leggen we uit wat vergoedingsrechten zijn, wanneer ze ontstaan, hoe ze worden berekend en wat je ermee kunt doen bij scheiding. Of je nu een koopwoning hebt, een huurwoning, of allebei tegelijk.

Lees ook: Wie betaalt wat bij scheiding? Hypotheek, huur en woonlasten uitgelegd  Een overzichtsartikel over alle woonkosten bij scheiding.

Wat is een vergoedingsrecht bij scheiding?

Een vergoedingsrecht is het recht om geld terug te krijgen dat je uit jouw eigen vermogen hebt gestoken in iets dat (deels) van je partner is, of van jullie samen. Het ontstaat op het moment van de investering, maar wordt pas opgeëist en verrekend op het moment van scheiding en verdeling.

Stel: jij had spaargeld dat je vóór het huwelijk had opgebouwd. Tijdens het huwelijk heb je dat gebruikt om extra af te lossen op de hypotheek van de gezamenlijke woning, of om de keuken van je partner te verbouwen. Op het moment dat jullie gaan scheiden, heb je recht op vergoeding van dat bedrag en vaak ook van de waardestijging die daarmee samenhangt; conform de beleggingsleer.

Dat klinkt logisch. Maar in de praktijk wordt dit recht door veel mensen over het hoofd gezien of pas veel te laat geclaimd met weer een nieuwe rechtszaak tot gevolg.

Wanneer ontstaat een vergoedingsrecht bij scheiding?

Een vergoedingsrecht ontstaat in drie situaties:

  1. Je investeert privévermogen in het privévermogen van je partner. Bijvoorbeeld: jij betaalt uit eigen spaargeld een verbouwing aan de woning die alleen op naam van je partner staat. Grondslag: art. 1:87 lid 1 BW.
  2. Je investeert privévermogen in een gezamenlijk goed. Bijvoorbeeld: jij lost extra af op de hypotheek van de gemeenschappelijke woning met geld uit een erfenis. Grondslag: art. 1:95 lid 2 BW.
  3. Je lost met privévermogen een gezamenlijke schuld af. Bijvoorbeeld: jij betaalt met eigen geld een gezamenlijke lening af die voor de woning is afgesloten. Grondslag: art. 1:96 lid 4 BW.

In alle drie de gevallen geldt: wie investeert uit privévermogen in iets dat (deels) aan de ander of aan jullie samen toebehoort, heeft recht op vergoeding bij de scheiding.

Wat telt als privévermogen?

Dat is een vraag die in de praktijk vaak onderschat wordt. Privévermogen is vermogen dat niet in de huwelijksgemeenschap valt. Denk aan:

  • Spaargeld dat je vóór het huwelijk al had
  • Een erfenis of schenking, zeker als er een uitsluitingsclausule aan verbonden was
  • De opbrengst van de verkoop van een woning die je al vóór het huwelijk bezat
  • Geld dat je hebt gekregen met het uitdrukkelijke doel het in jouw naam te bewaren

Geld dat jullie samen hebben verdiend tijdens het huwelijk valt in principe in de gemeenschap. Dat is geen privévermogen en levert dus geen vergoedingsrecht op.

Bij huwelijkse voorwaarden ligt dit genuanceerder: afhankelijk van wat jullie hebben afgesproken, kan meer of minder vermogen als privé worden aangemerkt. Dit is precies de reden waarom het zo belangrijk is om bij te houden waar geld vandaan komt en waarvoor het is gebruikt.

De beleggingsleer: je krijgt meer terug dan je inlegde

Hier zit de echte verrassing en ook de meeste oorzaak voor discussie.

Vóór 1 januari 2012 gold het nominaliteitsbeginsel: je kreeg terug wat je had ingelegd, niets meer. Legde je € 50.000 in, dan kreeg je € 50.000 terug, ongeacht wat de woning daarna waard werd.

Vanaf 1 januari 2012 geldt de beleggingsleer (art. 1:87 lid 2 BW). Die werkt als volgt: je deelt mee in de waardestijging of -daling van het goed waarin je hebt geïnvesteerd, naar rato van jouw inleg.

Een rekenvoorbeeld maakt dit direct duidelijk:

  • Aankoopprijs woning: € 200.000
  • Jouw privé-inleg bij aankoop: € 50.000 (= 25% van de aankoopprijs)
  • Verkoopprijs bij scheiding: € 400.000
  • Jouw vergoedingsrecht: 25% × € 400.000 = € 100.000

Je hebt dus recht op het dubbele van wat je inlegde omdat de woning ook in waarde verdubbelde. Andersom werkt het ook: daalde de woning in waarde, dan daalt jouw vergoedingsrecht mee.

De beleggingsleer geldt voor investeringen gedaan op of ná 1 januari 2012. Voor investeringen van vóór die datum geldt nog het nominaliteitsbeginsel: je krijgt terug wat je inlegde, zonder waardecorrectie.

Vergoedingsrecht en de koopwoning: de meest voorkomende situaties

Situatie 1: jij bracht eigen geld in bij de aankoop van de gezamenlijke woning

Dit is verreweg de meest voorkomende situatie. Eén partner brengt bij de aankoop eigen spaargeld, een erfenis of de opbrengst van een eerder huis in. De woning wordt gezamenlijk eigendom, maar de inbreng was privé.

Jouw vergoedingsrecht wordt dan berekend volgens de beleggingsleer: jouw inleg gedeeld door de aankoopprijs, vermenigvuldigd met de verkoopprijs of actuele waarde. Dat bedrag krijg je bij de verdeling als eerste terug, vóór de rest van de overwaarde wordt gedeeld.

Let op: het vergoedingsrecht staat los van de gewone verdeling van de overwaarde. Je hebt eerst recht op terugbetaling van jouw investering (gecorrigeerd naar waarde), en daarna nog aanspraak op jouw aandeel in het resterende verschil.

Situatie 2: jij hebt extra afgelost op de hypotheek met privégeld

Extra aflossingen met privévermogen — bijvoorbeeld uit een erfenis — leiden ook tot een vergoedingsrecht. De berekening verschilt iets per situatie:

  • Was de aflossing bedoeld voor de hypotheek die is afgesloten bij de aankoop van de woning? Dan wordt de beleggingsleer toegepast op basis van de oorspronkelijke aankoopwaarde.
  • Was de aflossing op een later afgesloten lening, bijvoorbeeld voor een verbouwing, dan wordt de waarde van de woning op het moment van die aflossing als uitgangspunt genomen.

Dit onderscheid heeft grote gevolgen voor de hoogte van de vergoeding. Het Gerechtshof heeft dit bevestigd in meerdere uitspraken over art. 1:87 lid 2 sub a en sub b BW.

Situatie 3: jij financierde de verbouwing van de woning van je partner

Stond de woning alleen op naam van je partner en betaalde jij de verbouwing uit eigen zak? Dan heb je een vergoedingsrecht op grond van art. 1:87 lid 1 BW. Jouw inleg heeft het privévermogen van je partner vergroot, en dat moet worden vergoed.

De beleggingsleer geldt ook hier: jouw vergoedingsrecht is geen vast bedrag, maar een percentage van de actuele waarde van de woning. Daalde de woning? Dan daalt je vergoeding mee. Steeg de woning? Dan profiteer je mee.

Vergoedingsrecht en de huurwoning: minder vanzelfsprekend, maar niet onmogelijk

Een huurwoning is geen eigendom, je kunt er dus niet zomaar een vergoedingsrecht op vestigen in de zin van art. 1:87 BW, want dat artikel ziet op goederen in het vermogen.

Toch zijn er situaties waarbij er wél iets te claimen valt:

Verbouwing of verbetering van de huurwoning

Heb jij privégeld gestoken in verbouwingen aan een huurwoning, zoals de vloeren, keuken, badkamer, dan is dat geld in principe weg zodra jullie vertrekken. De verhuurder profiteert, maar die is niets verschuldigd. En een vergoedingsrecht richting je partner is ook lastig te vestigen, omdat er geen eigendomsaandeel is waarover de waardestijging kan worden berekend.

Uitzondering: als de verbouwing aantoonbaar de huurwaarde of gebruikswaarde heeft verhoogd, en die verbetering bij beëindiging van de huurovereenkomst een vergoeding oplevert van de verhuurder, dan kan dat bedrag wél onderdeel worden van de verdeling. Dit is echter zeldzaam en hangt sterk af van de huurovereenkomst en de wet.

Kosten voor inrichting of verduurzaming

Heeft één partner aanzienlijk meer bijgedragen aan inrichting, verduurzaming of andere investeringen in de huurwoning? Dan is er geen formeel vergoedingsrecht op grond van art. 1:87 BW, maar wél een mogelijke vordering op grond van ongerechtvaardigde verrijking (art. 6:212 BW) of onverschuldigde betaling (art. 6:203 BW), afhankelijk van de omstandigheden.

Dit zijn complexere vorderingen die minder automatisch zijn dan het wettelijke vergoedingsrecht bij een koopwoning. Ze kunnen wel meespelen in de totale financiële afwikkeling, inclusief alimentatie. Ze vereisen dat je kunt aantonen dat de ander er financieel beter van is geworden ten koste van jou.

Koopwoning én huurwoning tegelijk: wie krijgt wat?

Soms is de situatie gecombineerd: één partner woont tijdelijk in een huurwoning terwijl de gezamenlijke koopwoning nog niet is verkocht. Of jullie hebben allebei eigen vermogen ingebracht in de koopwoning, en één van jullie heeft daarnaast nog een huurwoning gehuurd tijdens de scheiding.

In dat geval staan er meerdere vragen tegelijk open:

  1. Wie heeft een vergoedingsrecht op de koopwoning, en hoe hoog is dat?
  2. Zijn er investeringen gedaan aan de huurwoning die voor verrekening in aanmerking komen?
  3. Hoe verhouden de vergoedingsrechten zich tot de gebruiksvergoeding voor de koopwoning?
  4. Hoe beïnvloeden al deze bedragen de alimentatieberekening?

Dit zijn geen losse vragen, ze hangen aan elkaar. Een hoog vergoedingsrecht op de koopwoning vermindert het resterende bedrag dat wordt verdeeld. Dat heeft gevolgen voor de uitkoopsom, de resterende hypotheekschuld en uiteindelijk ook voor de financiële draagkracht van beide partners na de scheiding.

Als mediator brengen wij al deze elementen naast elkaar — niet als losse puzzelstukjes, maar als één financieel plaatje.

Vergoedingsrechten en samenwoners: andere regels

Artikel 1:87 BW geldt alleen voor gehuwden en geregistreerde partners. Samenwoners vallen daar dus buiten, dus ook als zij jaren samen hebben geleefd en samen in een woning hebben geïnvesteerd.

Dat betekent niet dat er helemaal niets te claimen valt. De Hoge Raad heeft op 10 mei 2019 (ECLI:NL:HR:2019:707) geoordeeld dat samenwoners voor vergoedingsrechten zijn aangewezen op:

  • Het samenlevingscontract als daarin afspraken zijn gemaakt over investeringen en vergoedingen.
  • Ongerechtvaardigde verrijking (art. 6:212 BW) als de ander ongerechtvaardigd rijker is geworden ten koste van jou.
  • Onverschuldigde betaling (art. 6:203 BW) als jij een betaling hebt gedaan zonder dat daar een rechtsgrond voor was.

De Hoge Raad heeft op 21 maart 2025 de lijn uit 2019 verder verfijnd: ook voor samenwoners geldt dat de omstandigheden van het geval bepalend zijn voor de vraag of er een vordering bestaat en hoe hoog die is. Dit maakt het voor samenwoners ingewikkelder én onzekerder dan voor gehuwden.

Praktisch advies: heb je als samenwoner eigen geld geïnvesteerd in de woning of andere gezamenlijke bezittingen? Documenteer dat zo goed mogelijk en leg afspraken vast in een samenlevingscontract — ook als dat achteraf lijkt. Het is nooit te laat om duidelijkheid te scheppen, zolang jullie het samen eens zijn.

Verjaring: claim het op tijd

Een vergoedingsrecht verjaart. Voor gehuwden en geregistreerde partners geldt een verlengde verjaringstermijn: de vordering verjaart pas zes maanden ná de scheiding (art. 3:321 BW). Dat geeft wat ruimte.

Voor samenwoners ligt dat anders. De gewone verjaringstermijn van vijf jaar geldt vanaf het moment dat de vordering opeisbaar wordt en dat is niet altijd duidelijk. Sommige rechters rekenen de termijn vanaf het moment van de investering, anderen pas vanaf het moment van verdeling. Dit geeft onzekerheid.

Stel de verjaringstermijn altijd op tijd veilig. Dat kan door de vordering schriftelijk te melden aan je partner, door een stuiting te laten doen of door de vordering op te nemen in het scheidingsconvenant.

Overzicht: vergoedingsrechten bij scheiding in één tabel

SituatieGrondslagBerekeningsmethodeVan toepassing op
Privégeld in privégoed van partner (bijv. verbouwing woning partner)Art. 1:87 lid 1 BWBeleggingsleer (investering/aankoopwaarde × actuele waarde)Gehuwden en geregistreerde partners
Privégeld in gezamenlijke woning (bijv. eigen inbreng bij aankoop)Art. 1:95 lid 2 BWBeleggingsleer — zelfde formuleGehuwden en geregistreerde partners
Privégeld voor aflossing gezamenlijke hypotheekArt. 1:96 lid 4 BWBeleggingsleer sub a (aankoophypotheek) of sub b (verbouwingslening)Gehuwden en geregistreerde partners
Investering vóór 1 januari 2012Art. 1:87 BW (oud)Nominaal: ingelegd bedrag terug, geen waardecorrectieGehuwden en geregistreerde partners
Samenwoners — investering in gezamenlijke of privéwoningArt. 6:212 of 6:203 BW / samenlevingscontractAfhankelijk van omstandigheden en rechtsgrondOngehuwde samenwoners

Veelgestelde vragen over vergoedingsrechten bij scheiding

Ik heb bij de aankoop van onze woning eigen spaargeld ingebracht. Krijg ik dat terug bij scheiding?

Ja, als het geld aantoonbaar uit jouw privévermogen kwam. Op grond van de beleggingsleer (art. 1:87 of 1:95 BW) heb je recht op jouw inleg terug, gecorrigeerd voor de waardeontwikkeling van de woning. Het vergoedingsrecht wordt verrekend bij de verdeling van de opbrengst. Je krijgt het als eerste terug, vóór de rest van de overwaarde wordt gedeeld.

Mijn ouders hebben geld geschonken voor de verbouwing. Telt dat ook als privévermogen?

In de meeste gevallen wel, zeker als er een uitsluitingsclausule aan de schenking was verbonden. Die clausule staat in de schenkingsakte en bepaalt dat het geld buiten de huwelijksgemeenschap valt. Zonder uitsluitingsclausule kan het in de gemeenschap zijn gevallen, afhankelijk van jullie huwelijksvermogensregime. Controleer de schenkingsakte altijd.

Hoe bewijs ik dat ik privégeld heb ingebracht?

Met bankafschriften, schenkingsakten, testamenten of notariële stukken. Des te meer je kunt documenteren, zoals de datum van de storting, herkomst van het geld, waarvoor het is gebruikt, des te sterker je positie. Ontbreekt alle documentatie, dan is het moeilijker om het vergoedingsrecht te onderbouwen. Bewaar betalingsbewijzen altijd.

We zijn getrouwd op huwelijkse voorwaarden. Heb ik dan ook een vergoedingsrecht?

Ja. Artikel 1:87 BW geldt voor alle huwelijken, ongeacht of jullie in gemeenschap van goederen zijn getrouwd of op huwelijkse voorwaarden. De huwelijkse voorwaarden kunnen wel bepalen wát als privévermogen geldt en wat niet, maar ze sluiten het vergoedingsrecht zelf niet uit, tenzij dat expliciet is overeengekomen.

Wij wonen samen maar zijn niet getrouwd. Heb ik ook recht op vergoeding?

Niet automatisch. Artikel 1:87 BW geldt alleen voor gehuwden en geregistreerde partners. Als samenwoner ben je aangewezen op wat er in jullie samenlevingscontract staat, of op vorderingen op grond van ongerechtvaardigde verrijking. Heb je geen contract en kun je geen verrijking aantonen, dan is de kans op vergoeding klein. Leg afspraken dus altijd vast.

De woning is gedaald in waarde. Heeft dat gevolgen voor mijn vergoedingsrecht?

Ja. De beleggingsleer werkt in twee richtingen. Steeg de woning, dan stijgt jouw vergoeding mee. Daalde de woning, dan daalt jouw vergoeding ook. In het ergste geval is jouw vergoedingsrecht lager dan het bedrag dat je oorspronkelijk hebt ingelegd. Je draagt dus mee in het risico van de woning.

Wanneer moet ik mijn vergoedingsrecht claimen?

Voor gehuwden: uiterlijk zes maanden na de scheiding. Voor samenwoners: in beginsel vijf jaar na het ontstaan van de vordering, maar het exacte moment van opeisbaarheid is soms betwist. Wacht in ieder geval niet te lang. Leg de vordering zo snel mogelijk schriftelijk vast, bij voorkeur in het scheidingsconvenant.

Kan een mediator helpen bij vergoedingsrechten?

Absoluut. Vergoedingsrechten zijn technisch en kunnen groot zijn in bedrag, maar ze hoeven niet tot een rechtszaak te leiden. In mediation berekenen we samen de hoogte van het vergoedingsrecht, leggen we de grondslag vast en verwerken we het in de totale verdeling. Dat geeft beide partners duidelijkheid en voorkomt dat er jaren later alsnog geprocedeerd wordt over een investering van tien jaar geleden.

Zo pak je dit aan: documenteer en leg vast

Vergoedingsrechten zijn rechten die je hebt, maar die je ook moet kunnen bewijzen. De twee meest gemaakte fouten zijn: niet bijhouden waar geld vandaan komt, en te lang wachten met claimen.

Wat je kunt doen:

  • Documenteer privé-investeringen op het moment dat ze plaatsvinden: bewaar bankafschriften, schenkingsakten en notariële stukken.
  • Leg afspraken vast in een huwelijkse voorwaarden of samenlevingscontract, ook als jullie al samen zijn. Het is nooit te laat zolang jullie het eens zijn.
  • Bespreek het vroeg in het scheidingsproces. Vergoedingsrechten beïnvloeden de verdeling, de uitkoopsom en soms ook de alimentatie. Wie ze te laat inbrengt, raakt in de knel.
  • Schakel tijdig een mediator in als het complex wordt. Vergoedingsrechten zijn juridisch-technisch, maar in mediation worden ze samen uitgewerkt, zonder rechtbank.

Wil je weten of jij een vergoedingsrecht hebt en hoe hoog dat is? Neem contact met ons op voor een vrijblijvend kennismakingsgesprek. We kijken samen naar de cijfers en bespreken wat je kunt doen.

Lees ook op conflictinstituut.nl:

Bronnen

Wetgeving

  • Art. 1:87 BW — vergoedingsrecht bij investering privévermogen in privégoed van de ander; beleggingsleer van toepassing vanaf 1 januari 2012
  • Art. 1:95 lid 2 BW — vergoedingsrecht bij investering privévermogen in gemeenschappelijk goed
  • Art. 1:96 lid 4 BW — vergoedingsrecht bij aflossing gemeenschapsschuld met privévermogen
  • Art. 3:321 BW — verlengde verjaringstermijn voor gehuwden: zes maanden na scheiding
  • Art. 6:203 BW — onverschuldigde betaling (grondslag voor samenwoners)
  • Art. 6:212 BW — ongerechtvaardigde verrijking (grondslag voor samenwoners)

Jurisprudentie

  • Hoge Raad, 10 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:707 — art. 1:87 BW geldt niet analoog voor samenwoners; samenwoners zijn aangewezen op algemeen verbintenissenrecht
  • Hoge Raad, 21 maart 2025 — verdere verfijning van de criteria voor vergoedingsrechten bij samenwoners; omstandigheden van het geval zijn bepalend
  • Gerechtshof (meerdere uitspraken) — toepassing beleggingsleer art. 1:87 lid 2 sub a (aankoophypotheek) versus sub b (verbouwingslening); berekening op basis van oorspronkelijke aankoopwaarde versus waarde op moment van investering
  • Rechtbank Amsterdam, 23 februari 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1347 — berekening vergoedingsrecht bij investering in gemeenschappelijke woning; vergoedingsrecht beloopt aandeel in gemeenschap, niet het volledige geïnvesteerde bedrag

Overige bronnen

  • H.J. Weijers, Hoera! Eén decennium artikel 1:87 BW, Tijdschrift Relatierecht en Praktijk, nr. 7, oktober 2022 — analyse van tien jaar rechtspraktijk rond art. 1:87 BW
  • Kamerstukken I 2008-2009, 28 867 — parlementaire geschiedenis van de invoering van de beleggingsleer per 1 januari 2012

Dit artikel is informatief van aard en vervangt geen juridisch advies voor jouw specifieke situatie. De berekening van vergoedingsrechten is maatwerk en hangt af van de feiten, het huwelijksvermogensregime en de documentatie die beschikbaar is. Heb je vragen? Neem contact met ons op.

Interresant? Deel dan dit artikel!

Inhoudsopgave

Meer informatie over onze conflictoplossingen?