Hoe bereken je kinderalimentatie na een scheiding?

Publicatiedatum: 9 juli 2026

Kinderalimentatie berekenen doe je aan de hand van twee factoren: de behoefte van het kind en de draagkracht van beide ouders. Rechters en mediators gebruiken hiervoor de zogenoemde Tremanormen, een landelijk gehanteerde rekenmethode die zorgt voor een consistente en eerlijke berekening. Bij scheiden met kinderen is de alimentatieberekening vaak een van de eerste concrete vragen die ouders bezighoudt. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over hoe kinderalimentatie wordt vastgesteld, aangepast en geregeld.

Welke factoren bepalen de hoogte van kinderalimentatie?

De hoogte van kinderalimentatie wordt bepaald door drie kernfactoren: de behoefte van het kind, de draagkracht van de alimentatieplichtige ouder, en de mate waarin de andere ouder zelf in die behoefte kan voorzien. Geen van deze factoren staat op zichzelf; de uiteindelijke bijdrage is altijd het resultaat van een afweging tussen alle drie.

De Tremanormen geven een gestructureerde rekenmethode die rechters en mediators in Nederland toepassen. Binnen die methode spelen de volgende elementen een rol:

  • Netto gezinsinkomen ten tijde van de relatie: hoe hoger het inkomen van het gezin was, hoe hoger de vastgestelde behoefte van het kind doorgaans uitvalt.
  • Leeftijd van het kind: oudere kinderen hebben over het algemeen hogere kosten, wat doorwerkt in de berekening.
  • Aantal kinderen: de totale behoefte wordt verdeeld over het aantal kinderen in het gezin.
  • Draagkracht van beide ouders: beide ouders dragen bij naar rato van hun financiële mogelijkheden, na aftrek van vaste lasten en een vastgesteld bedrag voor eigen levensonderhoud.

Het is belangrijk te beseffen dat de Tremanormen een leidraad zijn, geen wet. In bijzondere omstandigheden, zoals hoge medische kosten of een kind met een beperking, kan van de standaardberekening worden afgeweken.

Wat is de ‘behoefte’ van een kind en hoe wordt die vastgesteld?

De behoefte van een kind is het bedrag dat nodig is om het kind op hetzelfde welvaartsniveau te laten opgroeien als tijdens de relatie van de ouders. Dit bedrag wordt vastgesteld op basis van het netto gezinsinkomen dat de ouders samen hadden voordat zij uit elkaar gingen.

In de praktijk wordt de behoefte berekend met behulp van de zogeheten behoeftetabel uit de Tremanormen. Die tabel koppelt het voormalige netto gezinsinkomen aan een normbedrag per kind, afhankelijk van de leeftijdscategorie. Er worden drie leeftijdsgroepen onderscheiden:

  • 0 tot 5 jaar
  • 6 tot 11 jaar
  • 12 tot 17 jaar

Op dit normbedrag worden vervolgens correcties toegepast. Kosten die al via andere wegen worden vergoed, zoals kinderbijslag of een kindgebonden budget, worden in mindering gebracht. Het bedrag dat overblijft is de zogeheten aanvullende behoefte: het deel dat de ouders samen moeten financieren vanuit hun draagkracht.

De behoefte staat in principe vast op het moment van de scheiding en verandert niet automatisch als het inkomen van een ouder later wijzigt. Wel kan de behoefte worden herzien als de omstandigheden van het kind ingrijpend veranderen.

Hoe beïnvloedt de zorgverdeling de alimentatieberekening?

De verdeling van de zorg tussen ouders heeft directe invloed op de hoogte van de kinderalimentatie. Wanneer een ouder meer zorgtaken op zich neemt, maakt hij of zij ook meer kosten voor het kind. Dit wordt in de berekening verdisconteerd via een zorgkorting.

De zorgkorting is een percentage van de vastgestelde behoefte van het kind en wordt in mindering gebracht op het bedrag dat de alimentatieplichtige ouder moet betalen. De hoogte van de korting hangt af van de omvang van de zorgregeling:

  • Minder dan 25% van de tijd bij de alimentatieplichtige ouder: geen of een lage zorgkorting (circa 5 tot 15%).
  • 25% van de tijd: een zorgkorting van 25%.
  • Co-ouderschap (50/50): een zorgkorting van 35%.

Let op: de zorgkorting verlaagt de alimentatieplicht, maar alleen als de draagkracht van de betalende ouder dat toelaat. Is de draagkracht onvoldoende om na de zorgkorting nog een bijdrage te leveren, dan kan de alimentatie op nul worden gesteld. In co-ouderschapssituaties is het zelfs mogelijk dat geen van beide ouders alimentatie betaalt, mits beiden voldoende draagkracht hebben om hun eigen aandeel in de kosten te dragen.

Wanneer kan kinderalimentatie worden aangepast of stopgezet?

Kinderalimentatie kan worden aangepast of stopgezet wanneer de omstandigheden van een of beide ouders, of van het kind zelf, ingrijpend zijn veranderd. Dit heet een wijziging van omstandigheden en is de wettelijke grond om een eerder vastgestelde alimentatie te herzien.

Situaties die aanleiding geven tot aanpassing

Veelvoorkomende redenen om kinderalimentatie te herzien zijn:

  • Een significante stijging of daling van het inkomen van een van de ouders.
  • Werkloosheid of arbeidsongeschiktheid van de alimentatieplichtige ouder.
  • Een nieuwe partner of een nieuw gezin met extra financiële verplichtingen.
  • Een verandering in de zorgverdeling, bijvoorbeeld als het kind vaker bij de andere ouder verblijft.
  • Hogere kosten van het kind, zoals studiekosten na het achttiende levensjaar.

Wanneer stopt kinderalimentatie automatisch?

Kinderalimentatie eindigt in principe wanneer het kind 21 jaar wordt. Tot de achttiende verjaardag is de alimentatie bedoeld voor de dagelijkse verzorging. Tussen het achttiende en eenentwintigste jaar kan het kind zelf aanspraak maken op een bijdrage in de studiekosten en het levensonderhoud, de zogeheten jongmeerderjarige alimentatie. Na het eenentwintigste jaar vervalt de wettelijke onderhoudsplicht.

Jaarlijkse indexering van de alimentatie is wettelijk verplicht. Dat betekent dat het bedrag elk jaar automatisch wordt aangepast aan de inflatie, tenzij partijen hiervan uitdrukkelijk zijn afgeweken.

Moet kinderalimentatie altijd via de rechter worden geregeld?

Nee, kinderalimentatie hoeft niet via de rechter te worden geregeld. Ouders mogen onderling afspraken maken over de hoogte van de alimentatie en die vastleggen in een ouderschapsplan of een schriftelijke overeenkomst. Wel is het verstandig die afspraken te laten bekrachtigen, zodat ze juridisch afdwingbaar zijn.

Er zijn in de praktijk drie manieren om kinderalimentatie te regelen:

  1. Onderling overleg: je spreekt zelf een bedrag af, bij voorkeur op basis van de Tremanormen, en legt dit schriftelijk vast. Dit is de snelste en goedkoopste route, maar vereist dat beide ouders bereid zijn samen te werken.
  2. Mediation: een neutrale mediator begeleidt het gesprek en helpt jullie tot een evenwichtige afspraak te komen. De uitkomst wordt vastgelegd in een convenant; bij een vrijwillige scheiding zonder rechter zijn de stukken van de mediator hiervoor voldoende. Mediation is doorgaans aanzienlijk goedkoper en sneller dan een gerechtelijke procedure.
  3. Gerechtelijke procedure: als ouders er onderling niet uitkomen, kan een rechter worden gevraagd de alimentatie vast te stellen. Dit is de meest tijdrovende en kostbare route en leidt niet altijd tot een oplossing waar beide ouders zich in kunnen vinden.

De rechter toetst altijd of de gemaakte afspraken in het belang van het kind zijn. Afspraken die duidelijk beneden het minimale niveau liggen, zal een rechter niet zomaar bekrachtigen.

Hoe het Nederlands Conflictinstituut helpt bij kinderalimentatie na een scheiding

Scheiden met kinderen roept veel vragen op, en de berekening van kinderalimentatie is daar een van de meest praktische en gevoelige onderdelen van. Het Nederlands Conflictinstituut biedt hierbij concrete ondersteuning, afgestemd op de specifieke situatie van beide ouders:

  • Deskundige begeleiding bij de alimentatieberekening: mediators met kennis van de Tremanormen helpen je de behoefte en draagkracht correct in kaart te brengen.
  • Neutraal gesprek onder professionele leiding: een onpartijdige mediator zorgt ervoor dat emoties het overleg niet domineren en dat beide ouders worden gehoord.
  • Vastlegging in een juridisch geldig convenant: de gemaakte afspraken worden schriftelijk vastgelegd door de mediator, zodat ze direct juridisch geldig zijn.
  • Aandacht voor de lange termijn: naast de financiële afspraken wordt ook gekeken naar de zorgverdeling en het welzijn van het kind, zodat de oplossing duurzaam is.
  • Multidisciplinaire aanpak: naast mediation is er toegang tot financiële expertise, zodat je niet van het kastje naar de muur wordt gestuurd.

Wil je weten hoe mediation werkt bij een scheiding met kinderen en wat dit voor jouw situatie kan betekenen? Lees meer op de pagina over scheiding en mediation voor particulieren of neem direct contact op voor een vrijblijvend adviesgesprek.

Veelgestelde vragen

Kan ik zelf een eerste schatting maken van de kinderalimentatie voordat ik naar een mediator ga?

Ja, dat is zeker mogelijk en zelfs aan te raden. Er zijn online rekentools beschikbaar die gebaseerd zijn op de Tremanormen, waarmee je een globale indicatie kunt krijgen. Houd er rekening mee dat deze tools een vereenvoudigde berekening geven: een mediator zal altijd kijken naar jouw specifieke situatie, inclusief bijzondere kosten, aftrekposten en de exacte zorgverdeling. Een voorbereide berekening helpt het gesprek wel concreter en efficiënter te maken.

Wat gebeurt er als de alimentatieplichtige ouder de kinderalimentatie niet betaalt?

Als de alimentatie is vastgelegd in een rechterlijke uitspraak of een bekrachtigd convenant, kun je het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) inschakelen. Het LBIO int de alimentatie namens jou en heeft wettelijke bevoegdheden om betaling af te dwingen, bijvoorbeeld via loonbeslag of beslaglegging op bankrekeningen. Het is daarom belangrijk om gemaakte afspraken altijd juridisch te laten bekrachtigen, ook als je er in goed overleg uitkomt.

Telt het inkomen van een nieuwe partner mee bij de berekening van kinderalimentatie?

Het inkomen van een nieuwe partner telt in principe niet direct mee als inkomen van de alimentatieplichtige ouder. Wel kan een nieuwe samenlevingssituatie indirect invloed hebben: als de woonlasten van de alimentatieplichtige ouder dalen doordat kosten worden gedeeld, kan dat de berekende draagkracht verhogen. Andersom geldt dat nieuwe kinderen uit een volgend gezin wél als financiële verplichting worden meegenomen, wat de draagkracht kan verlagen.

Wat is een veelgemaakte fout bij het zelf vastleggen van alimentatieafspraken?

Een veelgemaakte fout is het maken van mondelinge of informele schriftelijke afspraken zonder juridische bekrachtiging. Zulke afspraken zijn moeilijk afdwingbaar als een van de ouders zich er later niet meer aan houdt. Een andere veelvoorkomende misser is het vergeten van de jaarlijkse indexeringsclausule: zonder die afspraak blijft het bedrag nominaal gelijk en verliest het in de loop der jaren koopkracht. Laat afspraken altijd vastleggen in een convenant via de mediator, of laat ze bekrachtigen door de rechter.

Kan kinderalimentatie met terugwerkende kracht worden aangepast?

Ja, dat is in bepaalde gevallen mogelijk. Een rechter kan een wijziging laten ingaan vanaf de datum waarop het verzoek tot aanpassing is ingediend, of soms zelfs eerder als de omstandigheden dat rechtvaardigen. Het is daarom verstandig om een wijzigingsverzoek niet te lang uit te stellen als jouw situatie ingrijpend verandert: hoe langer je wacht, hoe kleiner de kans dat de aanpassing met terugwerkende kracht wordt toegekend.

Hoe werkt de jaarlijkse indexering van kinderalimentatie precies?

Elke jaar op 1 januari wordt de wettelijke indexering vastgesteld door de minister van Justitie en Veiligheid, gebaseerd op de loonontwikkeling in Nederland. Het alimentatiebedrag wordt automatisch met dit percentage verhoogd, tenzij partijen hier uitdrukkelijk schriftelijk van hebben afgeweken. Je hoeft hier in de meeste gevallen geen actie voor te ondernemen: de verhoging geldt van rechtswege. Controleer wel jaarlijks of de indexering daadwerkelijk wordt toegepast, zodat je niet ongemerkt te weinig ontvangt.

Wat als mijn kind na zijn of haar achttiende verjaardag stopt met studeren — geldt de alimentatieplicht dan nog?

De zogeheten jongmeerderjarige alimentatie (voor kinderen tussen 18 en 21 jaar) is in principe bedoeld als bijdrage in levensonderhoud en studiekosten. Als jouw kind stopt met studeren en zelf inkomsten heeft waarmee hij of zij in het eigen levensonderhoud kan voorzien, kan dat een grond zijn om de alimentatie te verlagen of stop te zetten. Dit gaat niet automatisch: de alimentatieplichtige ouder moet een wijzigingsverzoek indienen bij de rechter of hierover in overleg treden met de andere ouder.

Gerelateerde artikelen

Interresant? Deel dan dit artikel!

Inhoudsopgave

Meer informatie over onze conflictoplossingen?