Auteur: Jeroen Ketelaars MA, MI, MfN-ADR registermediator
“Een kind onder de vier jaar hoort ’s nachts altijd op dezelfde plek te slapen.” … of toch niet helemaal?
We horen dit regelmatig als argument bij scheidingen waarbij een baby of peuter betrokken is. Vaak wordt zo’n uitspraak met grote stelligheid gedaan, maar zonder dat duidelijk is waarop die ‘waarheid’ is gebaseerd.
En juist wanneer de emoties hoog oplopen, is het belangrijk om feiten, aannames en goedbedoelde adviezen van elkaar te onderscheiden.
Als ouders uit elkaar gaan met een jong kind, ontstaan er al snel vragen. Hoe vaak mag de andere ouder jullie kind zien? Kan een baby al bij de andere ouder slapen? Is co-ouderschap mogelijk? En wat doe je als jullie het hierover niet eens worden?
Het allerbelangrijkste is uiteindelijk: hoe zorg je ervoor dat je kind zich bij beide ouders veilig kan voelen en niet tussen jullie in komt te staan?
In dit artikel kijken we naar de omgangsregeling voor een baby of peuter, naar hechting, overnachtingen, co-ouderschap en het ouderschapsplan. Daarbij gebruiken we veertig jaar onderzoek naar hechting bij jonge kinderen, de Nederlandse wet en onze eigen ervaring met de vele mediations die we hebben mogen begeleiden.
Vanaf welke leeftijd heeft een kind recht op omgang met beide ouders?
Dat recht bestaat vanaf de geboorte. Er is geen wettelijke ondergrens.
Zelfs een pasgeboren baby heeft recht op contact met beide ouders, ongeacht of beide ouders ouderlijk gezag hebben. Ouders moeten die omgang daarom vanaf het begin voor hun kind mogelijk maken.
Het is dus niet zo dat één ouder zelfstandig kan bepalen wanneer en hoe vaak de andere ouder het kind mag zien.
De leeftijd van je kind bepaalt niet óf er omgang is, maar wel hoe die omgang het beste kan worden vormgegeven.
Een omgangsregeling voor een baby of peuter vraagt maatwerk
Een baby heeft andere behoeften dan een peuter. En een peuter heeft weer andere behoeften dan een kleuter van vier jaar.
Naarmate je kind ouder wordt, kunnen de momenten bij de andere ouder langer en zelfstandiger worden.
Rechters, advocaten en mediators kijken daarom naar de leeftijd en mogelijkheden van het kind. De leeftijd is daarbij een belangrijke richtlijn, maar geen harde grens.
Kan een baby of peuter zich aan beide ouders hechten?
Veel ouders zijn bang dat een jong kind niet tegelijk een sterke band met beide ouders kan opbouwen.
Die gedachte komt onder andere voort uit de oudere gehechtheidstheorie van John Bowlby uit de jaren zestig. Bowlby zag dat jonge kinderen bij stress vaak naar één persoon toe gaan, meestal de ouder die op dat moment het meest voor hen zorgt.
Die observatie is later vertaald naar een veel strengere conclusie: dat contact met een tweede ouder schadelijk zou kunnen zijn voor de eerste hechtingsrelatie.
Die overtuiging wordt door moderne inzichten niet meer op die manier onderschreven.
Onderzoek laat zien dat een kind sterke banden kan opbouwen met zowel de moeder als de vader, zolang beide ouders op een vaste en warme manier voor hun kind beschikbaar zijn.
Sterker nog: een kind met een veilige band met twee ouders heeft een grotere kans dat ten minste één van die banden stevig en veilig is.
Hechting is dus geen taart waarvan maar één ouder een stukje krijgt. Je kunt het beter zien als een netwerk van verbindingen: hoe meer stevige en veilige verbindingen een kind heeft, hoe steviger het geheel kan worden.
Mag een baby of peuter bij de andere ouder overnachten?
Dit is een onderwerp waarover binnen de wetenschap verschillende opvattingen bestaan.
Dat is belangrijk om te weten wanneer je als ouders samen een omgangsregeling probeert te maken.
Wat zeggen voorstanders van overnachtingen?
In 2014 publiceerde hoogleraar Richard Warshak, samen met meer dan honderd andere onderzoekers en deskundigen, een groot overzichtsrapport.
Hun conclusie was dat overnachten bij beide ouders in de meeste gewone situaties goed kan zijn voor kinderen onder de vier jaar.
Zij zagen bovendien dat de band tussen vader en kind na een scheiding kwetsbaar kan zijn. Overnachtingen kunnen die band juist versterken.
Ook blijkt dat vaders die al vroeg overnachtingen op zich nemen, vaker actief betrokken blijven bij de opvoeding.
Er is bovendien geen enkel onderzoek dat laat zien dat overnachtingen op zichzelf schade veroorzaken.
Kortom: voor veel jonge kinderen kunnen de voordelen van overnachten zwaarder wegen dan de zorgen van een ouder die het misschien moeilijk vindt om het kind los te laten.
Waarom zijn sommige deskundigen voorzichtiger met overnachtingen?
Ook de andere kant van het wetenschappelijke debat verdient aandacht.
Psychologe Jennifer McIntosh en haar collega’s wijzen erop dat de eerste drie levensjaren een kwetsbare periode zijn. Een kind is in die fase nog volop bezig een stevige en georganiseerde hechtingsrelatie op te bouwen.
Hun advies is niet: “geen overnachtingen”.
Wel adviseren zij om een regeling rustig op te bouwen en goed te kijken naar hoe jong en kwetsbaar het kind is.
Breder onderzoek laat hetzelfde beeld zien: wees voorzichtig met zeer frequente overnachtingen bij heel jonge kinderen, maar er is geen bewijs dat overnachten op zichzelf slecht is.
Rond de leeftijd van vier of vijf jaar verdwijnen de signalen van onrust die bij sommige jongere kinderen worden gezien. Kinderen zijn dan doorgaans beter in staat om vaker tussen twee huizen te wisselen.
Wat betekent dit voor jullie omgangsregeling?
De verschillende wetenschappelijke inzichten liggen dichter bij elkaar dan je misschien denkt.
Leeftijd speelt een rol.
De band die je kind met beide ouders heeft, is belangrijker dan een simpele leeftijdsgrens.
Maatwerk werkt beter dan een standaardregeling.
Bij zeer frequent overnachten onder de twee jaar is extra voorzichtigheid verstandig.
De vraag is dus niet alleen: “Hoe oud is ons kind?”
De belangrijkere vraag is: “Wat past bij ons kind en bij onze situatie?”
Hoe maak je een omgangsregeling voor een baby of peuter?
Een omgangsregeling maak je samen met de andere ouder. Dat kan rechtstreeks, met begeleiding van een mediator of, als het echt niet anders kan, via de rechter.
Het uitgangspunt is steeds hetzelfde: wat is goed voor jullie kind?
Als jullie samen afspraken maken, leggen jullie die vast in een ouderschapsplan. Een ouderschapsplan is verplicht wanneer je gaat scheiden en er minderjarige kinderen bij betrokken zijn.
Ook wanneer maar één ouder het gezag heeft, moet de omgang met beide ouders formeel worden geregeld.
Waar let je op bij een omgangsregeling voor een jong kind?
Bij het maken van de regeling spelen verschillende zaken mee:
- Hoe is je kind op dit moment aan beide ouders gehecht?
- Hoe goed kent je kind de andere ouder al?
- Wat kunnen jullie praktisch regelen, bijvoorbeeld met werk en de afstand tussen jullie woningen?
- Krijgt je kind nog borstvoeding?
- Zijn er specifieke redenen waarom je kind behoefte heeft aan een vaste en voorspelbare dagindeling?
- Zijn er medische of gedragsredenen waarmee rekening moet worden gehouden, bijvoorbeeld autisme?
Bij ingewikkelde situaties kan de rechter advies vragen aan de Raad voor de Kinderbescherming. Die kijkt naar de thuissituatie en adviseert wat goed kan zijn voor het kind.
Maar de vraag is ook: willen jullie de inrichting van jullie ouderschap helemaal overlaten aan instanties?
Zolang jullie samen tot afspraken kunnen komen, houden jullie zelf de regie.
Wat is een gebruikelijke omgangsregeling voor een baby of peuter?
Er bestaat geen kant-en-klaar schema dat voor ieder kind werkt.
In de praktijk zien we wel bepaalde patronen die regelmatig terugkomen.
Omgangsregeling voor baby’s en peuters tot twee jaar
Bij heel jonge kinderen werkt kort en vaak meestal goed.
Overnachten bij de andere ouder kan beperkt worden opgebouwd en kan volgens wetenschappelijk onderzoek ook voordelen hebben voor de hechting met die ouder.
Denk bijvoorbeeld aan meerdere dagdelen per week. Zo kan de band met beide ouders groeien zonder dat je kind meteen lange periodes uit zijn of haar vertrouwde omgeving is.
Omgangsregeling voor kinderen van twee tot vier jaar
Wanneer je kind gewend is aan beide ouders, ontstaat er meestal meer ruimte.
Vanaf ongeveer twee jaar lukt het voor de meeste kinderen om wat vaker te overnachten.
Een veelgebruikt schema is bijvoorbeeld:
- één weekend per twee weken bij de andere ouder;
- een vaste doordeweekse logeerdag;
- aangevuld met de eerder genoemde kortere contactmomenten.
Ook hier geldt: het schema is een voorbeeld, geen standaard die voor ieder gezin geschikt is.
Zorgregeling, omgangsregeling of co-ouderschap: wat is het verschil?
De termen zorgregeling, omgangsregeling en co-ouderschap worden vaak door elkaar gebruikt. Toch betekenen ze niet hetzelfde.
Wat is een zorgregeling?
Een zorgregeling is de verzamelnaam voor alle afspraken over de zorg voor jullie kind.
Daarbij gaat het bijvoorbeeld om:
- wanneer je kind bij welke ouder is;
- vakanties en feestdagen;
- de manier waarop jullie je kind aan elkaar overdragen;
- hoe jullie met elkaar communiceren.
Wat is een omgangsregeling?
Een omgangsregeling is een veelvoorkomende vorm van een zorgregeling.
Daarbij woont het kind bijvoorbeeld vaker bij de ene ouder en ziet het de andere ouder volgens een vast afgesproken schema.
Wat is co-ouderschap?
Bij co-ouderschap is het kind ongeveer evenveel bij beide ouders.
Dat kan bijvoorbeeld fifty-fifty zijn, maar ook zestig-veertig. Er hoeft daarbij niet één duidelijk hoofdadres te zijn.
Bij een jong kind maakt het verschil tussen deze vormen veel uit.
Co-ouderschap vraagt namelijk veel samenwerking, weinig reisafstand en een rustige opbouw.
Geen van beide vormen is standaard beter.
De belangrijkste vraag is: Wat past bij jullie kind, bij jullie situatie en bij de manier waarop jullie na de scheiding kunnen samenwerken?
Wat zegt de wet over omgang na een scheiding?
De wetenschap laat ruimte voor discussie, maar de wet is duidelijk.
Volgens het Burgerlijk Wetboek heeft een kind recht op gelijkwaardige omgang met beide ouders. De ouder zonder gezag heeft daarbij zowel het recht als de plicht om omgang met de andere ouder te faciliteren.
Een rechter kan dat recht alleen in zeer specifieke situaties beperken of wegnemen, bijvoorbeeld wanneer omgang echt schadelijk zou zijn voor het kind.
Dit betekent dat ouders er samen voor moeten zorgen dat hun kind contact met beide ouders kan hebben.
Dit recht staat ook in internationale verdragen, zoals het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het Kinderrechtenverdrag.
Ook juridisch geldt er geen leeftijdsgrens vanaf wanneer omgang mogelijk is.
Waarom is een ouderschapsplan verplicht?
Sinds 2009 geldt dat ouders die gaan scheiden en minderjarige kinderen hebben, een ouderschapsplan moeten maken.
Daarin wordt onder meer de zorgregeling opgenomen.
Ook wanneer ouders vóór 2023 nooit getrouwd waren, maar wel gezamenlijk gezag hadden geregeld, gold deze verplichting.
Vóór 1 januari 2023 kreeg een ongehuwde vader door erkenning alleen het vaderschap en niet automatisch het gezag.
Sinds 1 januari 2023 krijgen beide ouders automatisch het gezag.
Automatisch gezamenlijk gezag bij erkenning is niet gekoppeld aan een relatie, samenwonen of de mate waarin de vader of andere ouder betrokken is.
Artikel 1:251b BW toetst dat niet.
Zodra iemand het kind erkent, ontstaat automatisch gezamenlijk gezag met de moeder, ook als er nooit een relatie is geweest, het om een eenmalig contact ging of de vader of andere ouder daarna weinig of geen omgang heeft.
Gezag en daadwerkelijke betrokkenheid zijn juridisch twee verschillende zaken. Je kunt gezag hebben zonder ooit contact te hebben gehad en omgekeerd.
Wat gebeurt er als ouders het eens zijn?
Zijn jullie het samen eens, dan bekrachtigt de rechter dat in principe zonder er inhoudelijk uitgebreid op in te gaan.
Komen jullie er niet uit, dan kan de rechter uiteindelijk zelf een beslissing nemen.
Een procedure via de rechter kan lang duren en kan belastend zijn voor een kind wanneer er in die periode weinig of geen contact met één van de ouders is.
Daarom is het belangrijk om eerst te kijken of jullie samen tot afspraken kunnen komen.
Waarom kun je omgang niet zomaar tegenhouden?
Dat een ouder het moeilijk vindt om het kind mee te geven, is begrijpelijk.
Toch betekent dat niet automatisch dat omgang kan worden beperkt.
Een rechter kan het tegenhouden van omgang als zeer schadelijk voor het kind beoordelen. Dat kan uiteindelijk ook gevolgen hebben voor het gezag.
Wanneer een ouder zonder zwaarwegende reden geen of te weinig omgang mogelijk maakt, kan een rechter daarom besluiten om juist meer omgang op te leggen dan ouders zelf met elkaar hadden kunnen afspreken.
Dat is precies waarom het zo belangrijk is om bij zorgen niet alleen tegenover elkaar te gaan staan.
Bespreek wat er werkelijk aan de hand is.
Is er een concrete zorg over het kind? Dan moet die serieus worden onderzocht.
Is het vooral moeilijk om je kind los te laten? Ook dat mag besproken worden.
Een mediator kan helpen om beide vragen naast elkaar te leggen zonder direct te bepalen wie er gelijk heeft.
Waarom sluiten wet en wetenschap goed op elkaar aan?
In de praktijk zien we dat de wetenschap en de wet op dit punt verrassend goed bij elkaar aansluiten.
De wet gaat uit van omgang vanaf de geboorte.
De wetenschap bevestigt dat vroeg, maar stabiel contact met beide ouders kan bijdragen aan een goede hechting.
De wet vraagt om maatwerk.
De wetenschap laat eveneens zien dat de juiste hoeveelheid contact en overnachtingen per gezin kan verschillen.
In beide gevallen staat het belang van het kind centraal.
Dat is ook precies waarom een rechtszaak voor dit soort vragen lang niet altijd de beste oplossing is.
Een rechter kent de wet, maar kent niet de dagelijkse voedingsroutine van jullie baby. Een rechter weet ook niet precies hoe jullie kind reageert op het wennen aan een tweede huis.
Dat zijn zaken die jullie als ouders veel beter kennen.
Mediation helpt om die kennis samen te brengen en te vertalen naar praktische afspraken.
Omgang beperken vanwege leeftijd: wanneer speelt ouderverstoting een rol?
Er is een onderwerp dat in de praktijk regelmatig naar voren komt en dat voorzichtig besproken moet worden.
Soms houdt de verzorgende ouder, vaak de moeder, het contact tussen vader en een baby of peuter sterk beperkt.
Het argument kan dan zijn:
“Vader is er nog niet aan toe.”
Of:
“De nieuwe woonsituatie is niet veilig genoeg.”
Soms is zo’n zorg terecht.
Maar soms speelt er ook iets anders. Een ouder kan moeite hebben met het loslaten van het kind. Of het kind kan, bewust of onbewust, onderdeel worden van de strijd tussen de ouders.
Daarom is het belangrijk om niet te snel te oordelen.
Welke rol heeft de mediator bij zorgen over de omgang?
Een goede mediator onderzoekt zorgvuldig wat er achter de terughoudendheid zit.
Gaat het werkelijk om een concrete zorg over het kind?
Of spelen emoties uit de relatiebreuk een rol?
Dat onderscheid is belangrijk.
Het is de taak van de mediator om niet automatisch voor één ouder te kiezen, maar om beide ouders te helpen onderzoeken wat er werkelijk speelt.
Dat vraagt zorgvuldigheid. Een verkeerde inschatting kan in beide richtingen schadelijk zijn.
Wat is gatekeeping bij een omgangsregeling?
In de wetenschap wordt het sturen van hoeveel contact de andere ouder met het kind krijgt ook wel gatekeeping genoemd.
Dat kan positief zijn: een ouder stimuleert het contact.
Maar het kan ook negatief zijn: een ouder beperkt het contact.
Beide vormen komen voor bij moeders én vaders. Er is meer onderzoek naar moeders, simpelweg omdat zij vaker de verzorgende ouder zijn.
Onderzoek laat verschillende patronen zien.
Afremmend gedrag hangt onder meer samen met hoe goed een ouder de andere ouder als opvoeder inschat. Die inschatting hoeft daarbij niet altijd overeen te komen met de werkelijkheid.
Ook de kwaliteit van de samenwerking tussen ouders speelt een rol.
Ruzies uit het huwelijk kunnen na de scheiding doorgaan, maar dan in een andere vorm en soms via het kind.
Dat kan gevolgen hebben voor de betrokkenheid van de andere ouder, het gevoel buitengesloten te worden en het zelfvertrouwen als opvoeder.
Op langere termijn kan dat juist averechts werken voor het kind.
Daarom is het belangrijk om steeds te onderzoeken of terughoudendheid werkelijk voortkomt uit een zorg over het kind, of dat de relatie tussen de ouders er onbedoeld doorheen loopt.
Loyaliteitsconflict en ouderverstoting: wat is het verschil?
De begrippen loyaliteitsconflict en ouderverstoting worden vaak door elkaar gebruikt. Toch betekenen ze iets anders.
Wat is een loyaliteitsconflict?
Bij een loyaliteitsconflict voelt een kind zich verscheurd tussen beide ouders.
Het contact met beide ouders valt daarbij niet noodzakelijk weg.
Een kind kan bijvoorbeeld voelen dat enthousiasme over de ene ouder de andere ouder pijn doet.
Dat kan spanning veroorzaken.
Een loyaliteitsconflict is vaak te beïnvloeden door ouders bewust te maken van hun gedrag en door de communicatie tussen hen te verbeteren.
Wat is ouderverstoting?
Ouderverstoting gaat verder.
Daarbij wordt een kind actief en herhaaldelijk beïnvloed om de andere ouder af te wijzen, totdat het kind die ouder helemaal niet meer wil zien.
Dat gebeurt zonder goede reden, anders dan dat de strijd tussen de ouders wordt voortgezet via het kind.
Ouders die hierin terechtkomen, hebben hulp nodig om met verdriet, boosheid en het verlies van de relatie om te gaan voordat het kind verder in de strijd wordt betrokken.
Een afwijzing van een ouder is niet automatisch ouderverstoting
Tegelijkertijd is het belangrijk om voorzichtig te zijn met het label ouderverstoting.
Niet iedere afwijzing van een ouder wordt veroorzaakt door beïnvloeding.
Een kind kan ook een goede reden hebben om afstand te willen nemen, bijvoorbeeld na verwaarlozing of grensoverschrijdend gedrag.
In zo’n situatie is de afwijzing geen verstoting, maar kan deze juist een beschermende reactie zijn.
Dan verdient het kind bescherming en geen correctie.
Wanneer wordt ‘loslaten’ zelf een wapen?
Er bestaat ook een tegenovergestelde dynamiek.
Het begrip “ouderverstoting” wordt in de praktijk soms gebruikt door een ouder die van huiselijk geweld of mishandeling wordt beschuldigd.
De beschuldiging van ouderverstoting kan dan worden gebruikt om de zorgen over dat geweld of die mishandeling af te doen als manipulatie.
Groot Amerikaans onderzoek naar familierechtzaken laat hierover een verontrustend beeld zien.
Wanneer een moeder een zorg over mishandeling uitte en de vader daarop reageerde met een tegenbeschuldiging van ouderverstoting, verdubbelde de kans dat de moeder het gezag verloor.
Ander onderzoek naar duizenden zaken bevestigt dat een dergelijke beschuldiging rechters vaker aan het twijfelen kan brengen over een mishandelingsclaim. Daardoor kunnen kinderen soms juist bij de mogelijk mishandelende ouder terechtkomen.
Grote beroepsverenigingen, zoals de Amerikaanse Vereniging voor Psychiatrie, erkennen het “ouderverstotingssyndroom” daarom niet als officiële diagnose, mede omdat er geen duidelijke criteria of bewijzen voor zijn.
Dit betekent niet dat kinderen nooit onterecht tegen een ouder worden opgezet. Dat gebeurt wel degelijk en kan langdurige gevolgen hebben, zoals schuldgevoelens en vertrouwensproblemen.
Het betekent wél dat twee vragen altijd naast elkaar moeten worden gesteld:
Gunt de ene ouder de andere ouder zijn of haar rol als ouder?
En:
Is er een concrete, controleerbare reden voor de terughoudendheid?
Wanneer die twee vragen door elkaar gaan lopen, ontstaat het risico dat een oprechte zorg wordt gezien als onwil. Maar ook dat oud zeer wordt vermomd als bezorgdheid.
Hoe herken je een loyaliteitsconflict bij een jong kind?
In de praktijk letten we op verschillende signalen, zonder daar meteen een label aan te verbinden.
Bij een loyaliteitsconflict kunnen bijvoorbeeld voorkomen:
- teruggetrokken gedrag;
- slaapproblemen;
- klachten zonder duidelijke oorzaak;
- het vermijden van de naam van een ouder;
- zich verontschuldigen nadat het kind iets positiefs over een ouder heeft gezegd.
Bij een verdergaand patroon van ouderverstoting kan bijvoorbeeld opvallen:
taal die niet bij de leeftijd van het kind past;
de ene ouder altijd verdedigen;
de andere ouder zonder nuance afwijzen;
geen enkel schuldgevoel ervaren over die afwijzing.
Geen van deze signalen is op zichzelf bewijs.
Wat telt, is het patroon, de context en vooral een onafhankelijke en feitelijke beoordeling voordat conclusies worden getrokken.
Daarbij kunnen bijvoorbeeld de Raad voor de Kinderbescherming of een kinderpsycholoog een belangrijke rol spelen.
Ook een ervaren mediator kan ouders helpen om naar hun eigen aandeel te kijken in plaats van alleen naar het gedrag van de andere ouder.
Want zeggen dat je het beste voor hebt met je kind, maar tegelijkertijd de andere ouder blijven afhouden, kan met elkaar botsen.
Wat betekent dit voor jullie omgangsregeling?
Eigenlijk zijn er twee belangrijke uitgangspunten.
Ten eerste: leeftijd alleen is geen wetenschappelijke reden om contact of overnachtingen structureel te beperken.
Het argument “hij is er nog niet aan toe” vraagt om een concrete uitleg die gericht is op het kind. De andere ouder moet bovendien de mogelijkheid krijgen om te leren en te groeien in het ouderschap.
Ten tweede: iedere concrete zorg over de veiligheid of het welzijn van het kind verdient aandacht en onderzoek.
Wie zo’n zorg afwijst, doet de bezorgde ouder en het kind tekort.
Maar ook de andere ouder moet de mogelijkheid krijgen om te leren en te groeien.
Hoe kijkt mediation naar conflicten over de omgang?
In mediation vertrekken we daarom niet vanuit de vraag wie er “gelijk” heeft.
We stellen concrete vragen.
Waar komt de terughoudendheid vandaan?
Gaat het om het kind?
Of speelt vooral de relatie tussen de ouders een rol?
Een goed gesprek kan voorkomen dat jullie direct bij instanties terechtkomen, zoals de Raad voor de Kinderbescherming of Veilig Thuis.
Dat betekent niet dat zulke instanties nooit nodig zijn. Bij echte zorgen over veiligheid moet er natuurlijk worden gehandeld.
Maar wanneer ouders samen nog in staat zijn om te praten en afspraken te maken, is het vaak waardevol om die mogelijkheid eerst te benutten.
Zo houden jullie als ouders de regie over jullie eigen ouderschap.
Wat als jullie het niet eens worden over de omgangsregeling?
Wanneer jullie er samen niet uitkomen, zijn er verschillende mogelijkheden.
Dat geldt zowel bij het maken van een nieuwe regeling als wanneer een bestaande regeling niet wordt nagekomen.
Begin opnieuw met het gesprek
De eerste stap is vaak om het gesprek weer op gang te brengen.
Het doel van mediation is om samen tot afspraken te komen zonder dat het conflict verder escaleert.
Wordt een bestaande afspraak niet nagekomen? Houd dan eerst bij wanneer dat gebeurt en wat de reden is.
Bewaar relevante berichten.
Communiceer je bezwaar vervolgens schriftelijk en zakelijk per e-mail in plaats van via een appje.
Dat laat zien dat je het serieus neemt en zorgt voor een duidelijk overzicht.
Gaat het om een eenmalige en begrijpelijke reden, zoals ziekte van je kind? Dan is juridische actie meestal kansloos.
Wordt het een steeds terugkerend patroon? Bespreek dat dan met een mediator.
Wanneer kan de rechter worden ingeschakeld?
Kom je ook via mediation niet tot een oplossing, dan kan een van jullie de rechter vragen om een omgangsregeling vast te stellen die kan worden afgedwongen.
De rechter kijkt onder meer naar:
- het belang van het kind;
- de manier waarop jullie tot nu toe hebben samengewerkt;
- wat het kind zelf wil;
- wat een deskundige van jeugdzorg adviseert;
- en in extreme gevallen het advies van de Raad voor de Kinderbescherming.
Bij structurele schending van afspraken kan de rechter bijvoorbeeld een dwangsom opleggen per gemiste dag.
In ernstige situaties kan zelfs de hoofdverblijfplaats van het kind worden aangepast of het gezag worden gewijzigd.
Dat zijn zware middelen. Rechters zijn daarom terughoudend, omdat gedwongen omgang zelden goed is voor een kind.
Een rechter zal daarom eerst kijken of de ouder die omgang weigert daarvoor een goede reden heeft, bijvoorbeeld een daadwerkelijke veiligheidszorg.
Wat gebeurt er als de veiligheid van het kind echt in gevaar is?
Wanneer de veiligheid van een kind daadwerkelijk in het geding is, kan de rechter kiezen voor begeleide omgang.
Het contact vindt dan plaats onder toezicht.
Dat is geen straf, maar een mogelijke tussenstap die ruimte biedt om het contact te herstellen terwijl de veiligheid van het kind wordt bewaakt.
Kan een omgangsregeling later worden aangepast?
Ja.
Een omgangsregeling is geen document dat voor altijd vastligt.
De situatie van een gezin verandert. En jonge kinderen veranderen snel.
Wat goed werkt voor een baby van zes maanden, hoeft niet meer passend te zijn wanneer datzelfde kind een peuter of kleuter is.
Wanneer jullie het samen eens zijn, kunnen jullie de regeling aanpassen en de nieuwe afspraken vastleggen in het ouderschapsplan.
Wanneer kan een omgangsregeling worden aangepast?
Veelvoorkomende redenen zijn:
je kind wordt ouder en kan langer bij de andere ouder blijven;
- een van jullie verhuist;
- de werksituatie verandert;
- je kind krijgt andere behoeften;
- er ontstaan nieuwe zorgen over de veiligheid.
De wet vereist een daadwerkelijke verandering van omstandigheden voordat een rechter een bestaande regeling wil aanpassen.
Daarom is het verstandig om eerst met elkaar in gesprek te gaan.
Dat je de nieuwe partner van je ex niet mag, is bijvoorbeeld geen geldige reden om de omgangsregeling te veranderen.
Waarom is mediation waardevol bij een omgangsregeling voor een jong kind?
Mediation helpt ouders om samen tot werkbare afspraken te komen zonder direct naar de rechtbank te gaan.
De mediator begeleidt het gesprek neutraal.
Beide ouders krijgen de ruimte om hun zorgen, wensen en verwachtingen uit te spreken. Tegelijkertijd bewaakt de mediator dat het belang van het kind centraal blijft staan.
Dat is bij een jong kind extra belangrijk.
Een rechtszaak kan lang duren en veel spanning veroorzaken. Mediation is vaak sneller, goedkoper en minder zwaar dan een juridische procedure.
Waar mediation vaak twee tot vier gesprekken kost, verspreid over een aantal weken, kan een rechtszaak zomaar een jaar of langer duren.
Waarom is mediation juist bij jonge kinderen belangrijk?
Na een scheiding zijn jullie niet langer partners, maar jullie blijven wel jarenlang samen ouders.
Dat betekent dat jullie moeten blijven samenwerken.
Een regeling die jullie samen hebben bedacht, werkt in de praktijk vaak beter dan een regeling die jullie wordt opgelegd.
Bovendien wordt een zelfgemaakte regeling doorgaans beter nageleefd.
Mediation biedt ook ruimte voor maatwerk.
Wat werkt voor het ene kind, hoeft niet te werken voor het andere.
Wat vandaag goed gaat, kan over een half jaar anders zijn.
De afspraken die jullie tijdens mediation maken, kunnen worden vastgelegd in het ouderschapsplan.
De mediator helpt dus niet alleen bij het oplossen van het conflict van vandaag, maar vooral bij het vormgeven van het ouderschap na de scheiding.
Ouderschapsplan voor een baby of peuter: waar moet je op letten?
Uiteindelijk komen de wetenschap en de wet samen in één praktisch document: het ouderschapsplan.
Bij een baby of peuter vraagt dat extra aandacht.
De behoeften van een jong kind veranderen namelijk snel.
Een goed ouderschapsplan houdt daarom niet alleen rekening met de situatie van vandaag, maar ook met de ontwikkeling van jullie kind.
1. Leg de opbouw van de omgangsregeling vast
Schrijf niet alleen de huidige regeling op.
Leg ook vast hoe jullie de regeling de komende jaren willen uitbreiden.
Zo hoeft niet iedere volgende stap opnieuw te worden onderhandeld.
2. Spreek evaluatiemomenten af
Spreek bijvoorbeeld af dat jullie ieder kwartaal of ieder half jaar samen bekijken hoe het gaat.
Jonge kinderen ontwikkelen zich snel.
Wat in januari goed werkt, kan in september alweer achterhaald zijn.
3. Maak concrete afspraken over voeding en verzorging
Denk bijvoorbeeld aan:
- borstvoeding;
- slaapritmes;
- medische bijzonderheden;
- andere specifieke verzorgingsbehoeften.
Zo weten beide ouders wat het kind nodig heeft.
4. Houd oudercommunicatie en communicatie met je kind gescheiden
Spreek af hoe jullie elkaar informeren.
Gebruik je kind niet als boodschapper.
Dat is een veelvoorkomende bron van loyaliteitsconflicten, ook bij jonge kinderen.
5. Neem een geschillenregeling op
Spreek vooraf af wat jullie doen wanneer jullie het niet eens worden.
Een mogelijkheid is bijvoorbeeld om eerst opnieuw naar de mediator te gaan voordat een van jullie naar de rechter stapt.
Dat verlaagt de drempel om problemen samen op te lossen.
6. Schrijf concreet op wat jullie afspreken
Vage afspraken leiden gemakkelijk tot nieuwe discussies.
“De vakanties worden eerlijk verdeeld” laat bijvoorbeeld veel ruimte voor verschillende interpretaties.
“De zomervakantie wordt in twee gelijke helften verdeeld, met wisseling op de veertiende dag” is veel concreter.
Co-ouderschap of omgangsregeling: wat is beter voor een jong kind?
Of jullie kiezen voor een klassieke omgangsregeling met een hoofdadres of voor vroeg co-ouderschap met een meer gelijke verdeling, de wetenschap zegt niet dat één van beide vormen standaard beter is voor een jong kind.
Wat telt, is de hechting van jullie kind;
- wat jullie praktisch kunnen organiseren;
- de afstand tussen jullie woningen;
- en vooral hoe jullie na de scheiding met elkaar kunnen blijven samenwerken.
- Een goed ouderschapsplan is daarom geen eindpunt. Het is het eerste hoofdstuk van een lange samenwerking als collega-ouders.
Omgangsregeling baby of peuter: geen vaste regel, maar maatwerk
De meest stellige uitspraken over omgang met jonge kinderen blijken vaak het minst goed onderbouwd.
Familieleden en vrienden geven vaak goedbedoelde adviezen. Maar ook zij weten niet automatisch wat voor jullie kind het beste is.
Het idee dat overnachten bij peuters per definitie slecht is, klopt niet.
Maar het tegenovergestelde — dat leeftijd helemaal geen rol speelt — klopt evenmin.
Hetzelfde geldt voor terughoudendheid in het contact.
Soms is die terecht en beschermend.
Soms komt die voort uit onverwerkt verdriet, verlies of strijd na de scheiding.
Het verschil tussen die twee moet worden onderzocht in plaats van ingevuld met aannames.
Wat wel overeind blijft:
- Een kind kan zich veilig hechten aan twee ouders tegelijk.
- De opbouw van het contact vraagt in de eerste jaren zorgvuldigheid.
- En de beste omgangsregeling is geen standaard schema, maar een regeling die past bij jullie kind en meegroeit met zijn of haar ontwikkeling.
Mediation bij omgangsproblemen: samen ouders blijven na de scheiding
Precies daar kan mediation zijn meerwaarde laten zien.
Wanneer jullie vastlopen in het gesprek over de omgangsregeling van jullie baby of peuter, hoeft de oplossing niet direct bij de rechter te liggen.
Een mediator helpt jullie om weer met elkaar in gesprek te komen.
Niet om te bepalen welke ouder gelijk heeft, maar om te onderzoeken:
- wat jullie kind nodig heeft;
- welke zorgen werkelijk over het kind gaan;
- welke emoties voortkomen uit de scheiding;
- wat praktisch haalbaar is;
- en hoe jullie samen een ouderschapsplan kunnen maken dat in de praktijk werkt.
Het doel is niet alleen een afspraak voor de komende weken.
Het doel is een basis waarop jullie de komende jaren als ouders verder kunnen.
Een goed ouderschapsplan geeft jullie kind duidelijkheid, rust en de ruimte om een band met beide ouders op te bouwen.
En misschien nog belangrijker: het helpt jullie om van ex-partners weer samenwerkende ouders te worden.