Geldt de beleggingsleer ook bij het verbreken van een samenleving?
Je hebt jarenlang samengewoond. Jij hebt meer betaald bij de aankoop van de woning, uit spaargeld, een erfenis, of de opbrengst van je vorige huis. Nu gaat de relatie voorbij. En nu wil je dat geld terug.
Maar hoeveel? Alleen wat je inlegde? Of ook een deel van de waardestijging? De beleggingsleer?
Het antwoord is niet simpel. En het hangt af van iets wat de meeste mensen niet weten: of je getrouwd bent of niet maakt voor dit onderwerp een enorm verschil. De wet beschermt gehuwden en ongehuwde samenwoners op een fundamenteel andere manier. Wie dat niet weet, kan bij een scheiding of breuk duizenden euro’s mislopen.
Wat is de beleggingsleer en wanneer geldt die?
De beleggingsleer bepaalt dat wie privégeld investeert in een woning, bij de verdeling niet alleen het ingebrachte bedrag terugkrijgt, maar ook meedeelt in de waardestijging van de woning, naar rato van de inleg. Dit staat in artikel 1:87 lid 2 BW en geldt voor investeringen gedaan op of ná 1 januari 2012.
Een voorbeeld maakt dit concreet:
- Aankoopprijs woning: € 300.000
- Jouw privé-inleg: € 75.000 (= 25% van de aankoopprijs)
- Verkoopprijs bij breuk: € 500.000
- Jouw vergoedingsrecht volgens de beleggingsleer: 25% × € 500.000 = € 125.000
Je legde € 75.000 in en krijgt € 125.000 terug. Dat is de beleggingsleer in werking.
Vóór 2012 gold het nominaliteitsbeginsel: je kreeg precies terug wat je inlegde, € 75.000, ongeacht wat de woning daarna deed.
Voor gehuwden en geregistreerde partners: beleggingsleer geldt automatisch
Ben je getrouwd of heb je een geregistreerd partnerschap? Dan is artikel 1:87 BW op jou van toepassing. Dat is een wettelijk recht, je hoeft er niets voor af te spreken. Het geldt voor alle huwelijken, ongeacht of je in gemeenschap van goederen bent getrouwd of op huwelijkse voorwaarden.
Legde je vóór 2012 eigen geld in? Dan geldt het nominaliteitsbeginsel: je krijgt het ingebrachte bedrag terug, zonder waardecorrectie.
Legde je ná 2012 in? Dan geldt de beleggingsleer: je deelt mee in de waardeontwikkeling van de woning naar rato van jouw inleg. Steeg de woning? Dan stijgt jouw vergoeding mee. Daalde de woning? Dan daalt jouw vergoeding ook. Het risico gaat beide kanten op.
Dit is de standaardsituatie voor gehuwden. Huwelijkse voorwaarden kunnen hiervan afwijken, maar dan moet dat uitdrukkelijk zijn afgesproken.
Voor samenwoners: de beleggingsleer geldt níét automatisch
Hier begint het ingewikkeld te worden, en hier gaan de meeste mensen de mist in.
Artikel 1:87 BW is niet van toepassing op ongehuwde samenwoners. Dat heeft de Hoge Raad op 10 mei 2019 (ECLI:NL:HR:2019:707) onomwonden bepaald: de vergoedingsrechten uit Boek 1 BW zijn geschreven voor gehuwden en geregistreerde partners, en lenen zich niet voor overeenkomstige toepassing op informeel samenlevenden.
Dat betekent: als jij als samenwoner meer hebt ingebracht in de gezamenlijke woning, heb je geen wettelijk recht op de beleggingsleer. Je hebt in beginsel ook geen automatisch recht op terugbetaling van wat je inlegde.
Wat je dan wél hebt, hangt af van drie dingen.
Drie grondslagen voor samenwoners: dit zijn je opties
1. Het samenlevingscontract, de sterkste grondslag
Hebben jullie een samenlevingscontract waarin afspraken staan over investeringen en vergoedingen? Dan geldt wat daarin staat. Is er bepaald dat investeringen worden teruggegeven inclusief waardestijging, analoog aan de beleggingsleer, dan heb je daar recht op. Is er niets over geregeld, dan val je terug op de wet.
Staat in het contract dat de investering als lening wordt behandeld? Dan krijg je het nominale bedrag terug, zonder waardecorrectie. Geen contract? Dan zijn er twee andere wegen.
2. Ongerechtvaardigde verrijking (art. 6:212 BW)
Je kunt claimen dat jouw ex-partner ongerechtvaardigd rijker is geworden ten koste van jou. De rechter kijkt dan naar wat redelijk is als vergoeding, rekening houdend met alle omstandigheden: hoe lang hebben jullie samengewoond, hoe groot was de investering, wat was de bedoeling, en heeft de ander zich daadwerkelijk verrijkt?
De uitkomst is niet automatisch de beleggingsleer. De rechter heeft veel vrijheid. In de praktijk leidt dit vaak tot een nominale vergoeding of een bedrag dat de rechter redelijk acht, maar niet tot een gegarandeerd aandeel in de waardestijging.
3. Onverschuldigde betaling (art. 6:203 BW)
Als jij een betaling hebt gedaan zonder dat daar een rechtsgrond voor bestond, zonder afspraak, zonder tegenprestatie, kun je dat bedrag terugvorderen. Dit levert een nominale vordering op: je krijgt wat je betaalde terug, niet meer.
4. Redelijkheid en billijkheid (art. 6:2 BW), de vangnetbepaling
De Hoge Raad heeft in het arrest van 2019 een deur op een kier gezet: zelfs als geen van de bovenstaande grondslagen opgaat, kan in bijzondere omstandigheden toch een vergoedingsrecht voortvloeien uit de eisen van redelijkheid en billijkheid. Maar de lat ligt hoog. Wie deze grondslag wil gebruiken, moet aantoonbaar bijzondere feiten en omstandigheden kunnen aanvoeren, dat de situatie zo onredelijk is, dat het niet vergoeden niet door de beugel kan.
In de praktijk slaagt dit zelden als er geen andere grondslag is.
Hoge Raad 21 maart 2025: wat veranderde er?
De uitspraak van de Hoge Raad van 21 maart 2025 (ECLI:NL:HR:2025:436) ging niet over samenwoners als zodanig, maar heeft wél gevolgen voor mensen die eerst samenwoonden en daarna trouwden, wat in de praktijk vaak voorkomt.
De kern van de uitspraak: als je vóór het huwelijk samen een woning hebt gekocht en jij hebt meer betaald dan jouw partner, dan heb je een vergoedingsrecht op die partner. Dat vergoedingsrecht valt niet in de huwelijksgemeenschap als jullie later trouwen. Het blijft een privévordering, ook na het huwelijk in de beperkte gemeenschap van goederen (art. 1:94 BW).
Concreet: wie als samenwoner meer inlegt bij de aankoop van een gezamenlijke woning en daarna trouwt, verliest dat vergoedingsrecht niet door het huwelijk. De Hoge Raad heeft de eerdere rechtsonzekerheid hierover definitief weggenomen. Een vergoedingsschuld kwalificeert niet als gemeenschapsschuld, de aanspraak blijft volledig intact.
Dit is van belang als jullie na een periode van samenwonen besloten zijn te trouwen en nu scheiden. Het vergoedingsrecht dat is ontstaan vóór het huwelijk, blijft staan.
Wat geldt als je al lang samenwoont zonder contract?
Dit is de situatie die het meest voorkomt, en juridisch het kwetsbaarst is.
Lang samenwonen zonder samenlevingscontract geeft géén extra rechten. De duur van de relatie is voor de wet geen reden om de beleggingsleer van toepassing te verklaren. De Hoge Raad heeft dit herhaaldelijk bevestigd: hoe langer jullie samenwonen, hoe meer er emotioneel op het spel staat, maar de juridische positie van de investerende partner verbetert daardoor niet automatisch.
Wat de rechter wél meeneemt bij een vordering op grond van ongerechtvaardigde verrijking of redelijkheid en billijkheid:
- Hoe groot was de investering in verhouding tot het totale vermogen?
- Was er een gezamenlijke bedoeling? Wisten jullie allebei dat één van jullie meer inlegde?
- Heeft de ander zich hier uitdrukkelijk mee akkoord verklaard, mondeling of stilzwijgend?
- Zijn er andere vermogensverschuivingen geweest die de balans herstelden?
Een stilzwijgende overeenkomst kan soms worden aangenomen als uit het gedrag van partijen blijkt dat zij allebei de investering als zodanig erkenden. Maar dat is een kwetsbare grondslag, en zeker niet de beleggingsleer.
Verjaring: nog een extra risico voor samenwoners
Voor gehuwden geldt een verlengde verjaringstermijn: de vordering verjaart pas zes maanden ná de scheiding (art. 3:321 BW). Dat geeft ruimte.
Voor samenwoners geldt die verlengde termijn niet. De gewone verjaringstermijn van vijf jaar (art. 3:306 BW) is van toepassing, maar er is discussie over het startpunt. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (11 mei 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:4553) oordeelde dat de vordering ontstaat op het moment van de investering zelf. Het Gerechtshof Den Haag (10 december 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:3802) hanteert als uitgangspunt dat de vordering pas opeisbaar wordt bij verkoop van de woning.
Die onduidelijkheid is een risico. Als de vordering is ontstaan op het moment van de investering, en jullie wonen al meer dan vijf jaar samen zonder dat de vordering ooit is gestuit of vastgelegd, kan de vordering al verjaard zijn, ook al woonden jullie de hele tijd nog samen.
De praktische conclusie: leg het vast, en doe dat vroeg.
Overzicht: beleggingsleer of nominaal, wie krijgt wat?
| Situatie | Investering vóór 2012 | Investering ná 2012 | Grondslag |
|---|---|---|---|
| Gehuwd of geregistreerd partner | Nominaal, inleg terug zonder waardecorrectie | Beleggingsleer, deelt mee in waardestijging/-daling | Art. 1:87 BW (automatisch) |
| Samenwoner met contract, beleggingsleer afgesproken | Wat het contract bepaalt | Beleggingsleer, als dit contractueel is vastgelegd | Samenlevingscontract |
| Samenwoner met contract, nominaal afgesproken | Nominaal | Nominaal | Samenlevingscontract |
| Samenwoner zonder contract | Nominaal of naar redelijkheid, geen garantie | Nominaal of naar redelijkheid, géén automatische beleggingsleer | Art. 6:212 of 6:203 BW, of redelijkheid en billijkheid |
| Samenwoner die later trouwde, vergoedingsrecht vóór huwelijk | Blijft privévordering na huwelijk, valt niet in gemeenschap | Blijft privévordering na huwelijk, valt niet in gemeenschap | Art. 1:87 BW + HR 21 maart 2025 |
Veelgestelde vragen over de beleggingsleer bij samenwoners
Ik woon al tien jaar samen en heb meer betaald voor de woning. Heb ik recht op de beleggingsleer?
Niet automatisch. Artikel 1:87 BW geldt alleen voor gehuwden en geregistreerde partners. Als samenwoner ben je aangewezen op wat er in jullie samenlevingscontract staat, of op vorderingen op grond van ongerechtvaardigde verrijking. Zonder contract en zonder expliciete afspraken is de kans groot dat je alleen het nominale bedrag terugkrijgt, als je dat al kunt bewijzen.
We hebben geen samenlevingscontract. Kan ik dan helemaal niets claimen?
Niet helemaal niets, maar je positie is zwakker. Je kunt een vordering indienen op grond van ongerechtvaardigde verrijking (art. 6:212 BW) als je kunt aantonen dat jouw partner ongerechtvaardigd rijker is geworden ten koste van jou. De rechter bepaalt dan wat redelijk is. Dat is zelden de volledige beleggingsleer, maar kan meer zijn dan nul.
We hebben wel een samenlevingscontract, maar er staat niets in over investeringen in de woning. Wat dan?
Dan val je terug op het algemeen verbintenissenrecht, ongerechtvaardigde verrijking of onverschuldigde betaling. Het contract helpt niet automatisch als het de specifieke situatie niet regelt. Laat het contract aanvullen zolang jullie samen zijn, dat kan altijd, ook als de woning al is gekocht.
Wij zijn na jaren samenwonen getrouwd. Geldt mijn vergoedingsrecht van vóór het huwelijk nog?
Ja. De Hoge Raad heeft op 21 maart 2025 (ECLI:NL:HR:2025:436) bepaald dat een vergoedingsrecht dat is ontstaan vóór het huwelijk, niet in de huwelijksgemeenschap valt. De vordering blijft een privéaanspraak, ook na het trouwen in de beperkte gemeenschap van goederen. Je verliest dat recht dus niet door te trouwen.
Hoe bewijs ik dat ik meer heb ingebracht dan mijn partner?
Met bankafschriften, schenkingsakten, notariële stukken of verklaringen van de betrokken partijen. Hoe meer je kunt documenteren, datum, bedrag, herkomst van het geld, hoe sterker je positie. Ontbreekt alle documentatie, dan is je vordering moeilijk te onderbouwen. Bewaar betalingsbewijzen altijd, ook tijdens de relatie.
Kan een mediator helpen als we er samen niet uitkomen over de investering?
Absoluut. Juist bij samenwoners, waar de juridische situatie onzekerder is, is mediation waardevol. We brengen samen in kaart wat er is geïnvesteerd, wat de grondslag is en wat een redelijke verdeling is. Dat levert maatwerkafspraken op die jullie zelf bepalen, in plaats van een rechter die beslist op grond van schaarse documentatie.
Is er een risico dat mijn vordering al verjaard is?
Ja, dat risico bestaat voor samenwoners. De gewone verjaringstermijn van vijf jaar geldt, en het startpunt is niet altijd duidelijk. Sommige rechters rekenen vanaf de investering, anderen pas vanaf de verkoop van de woning. Leg de vordering schriftelijk vast en stuit de verjaring als je twijfelt.
Wat kun je nu doen, en wat had je beter kunnen doen
De eerlijke boodschap: wie als samenwoner geen afspraken heeft gemaakt over investeringen in de gezamenlijke woning, heeft een juridisch onzekere positie. De wet beschermt samenwoners op dit punt nauwelijks. Dat is een bewuste keuze van de wetgever, en de Hoge Raad heeft die lijn herhaaldelijk bevestigd.
Wat je nu nog kunt doen als jullie op het punt staan uit elkaar te gaan:
- Leg de feiten vast: wie heeft hoeveel betaald, wanneer en waarvan. Bankafschriften, schenkingsakten, notariële stukken. Dat is de basis van elke claim.
- Maak alsnog afspraken: zolang jullie het eens zijn, kunnen jullie een beëindigingsovereenkomst sluiten waarin de vergoeding is vastgelegd. Dat is sterker dan procederen.
- Schakel een mediator in: bij betwisting is mediation sneller, goedkoper en eerlijker dan een rechtszaak waarbij de uitkomst onzeker is.
- Stuit de verjaring: als je denkt dat een vordering al jaren geleden is ontstaan, laat die dan schriftelijk stuiten om verjaring te voorkomen.
Wat je had kunnen doen, en wat je meeneemt voor de toekomst:
- Een samenlevingscontract sluiten met een expliciete investeringsregeling, inclusief verwijzing naar de beleggingsleer als dat de bedoeling was.
- Elke investering schriftelijk vastleggen op het moment dat die wordt gedaan, met vermelding van bedrag, herkomst en afgesproken vergoeding.
Wil je weten wat jouw positie is en wat je kunt doen? Neem contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek. We kijken samen naar de feiten en bespreken wat realistisch en haalbaar is.
Lees ook op conflictinstituut.nl:
- Wat is mediation bij scheiden en hoe werkt het?
- Is mediation goedkoper dan een advocaat?
- Scheiden met eigen bedrijf of gemeenschap van goederen
Bronnen
Wetgeving
- Art. 1:87 BW, vergoedingsrecht bij investering privévermogen; beleggingsleer van toepassing vanaf 1 januari 2012; uitsluitend voor gehuwden en geregistreerde partners
- Art. 1:94 BW, wettelijke beperkte gemeenschap van goederen; van toepassing op huwelijken gesloten vanaf 1 januari 2018
- Art. 3:306 BW, gewone verjaringstermijn van vijf jaar (van toepassing op vorderingen samenwoners)
- Art. 3:321 BW, verlengde verjaringstermijn voor gehuwden: zes maanden na ontbinding huwelijk
- Art. 6:2 BW, redelijkheid en billijkheid als aanvullende grondslag voor vergoedingsrecht samenwoners
- Art. 6:10 BW, bijdrageplicht bij hoofdelijke verbondenheid; grondslag voor vergoedingsrecht samenwoners (HR 21 maart 2025)
- Art. 6:203 BW, onverschuldigde betaling
- Art. 6:212 BW, ongerechtvaardigde verrijking
Jurisprudentie
- Hoge Raad, 10 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:707, art. 1:87 BW geldt niet analoog voor informeel samenlevenden; vergoedingsrechten samenwoners zijn aangewezen op algemeen verbintenissenrecht (Boek 6 BW)
- Hoge Raad, 17 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1571, ook bij investeringen in gezamenlijk eigendom van samenwoners ontstaat niet zonder meer een vergoedingsrecht; beoordeling aan de hand van algemene vermogensrechtelijke regels
- Hoge Raad, 21 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:436, vergoedingsschuld die is ontstaan vóór het huwelijk kwalificeert niet als gemeenschapsschuld in de zin van art. 1:94 lid 7 BW; de aanspraak van de meerinbrengende partner blijft privé en halveert niet door het huwelijk
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11 mei 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:4553, vordering samenwoner ontstaat op het moment van de investering (start verjaringstermijn)
- Gerechtshof Den Haag, 10 december 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:3802, vordering samenwoner wordt pas opeisbaar bij verkoop van de woning (afwijkend standpunt over start verjaringstermijn)
Literatuur en overige bronnen
- J.N. Bouwman e.a., Vergoedingsrechten tussen samenwoners: wenken voor de notariële praktijk, JBN 2025/50, overzicht van de notariële praktijk na HR 2019 en HR 2025
- M.R. Kremer, Vergoedingsplicht (art. 1:87 BW), Via Juridica, bijgewerkt tot 22 november 2023, systematisch overzicht van de wettelijke regeling en uitzonderingen
- Fiscaal Juridisch Adviesbureau Nationale Nederlanden, Vergoedingsrecht eigen woning bij samenwoners, TaxLive 2021
Dit artikel is informatief van aard en vervangt geen juridisch advies voor jouw specifieke situatie. De juridische positie van samenwoners op het gebied van vergoedingsrechten is complex en sterk afhankelijk van de feiten. Heb je vragen? Neem contact met ons op.